Academie van Knooppunten voor Maatschappelijk Initiatief: workshops, bijeenkomsten, evenementen en nieuws

Meerwaarde van initiatievenknooppunten: weet wat de ander zoekt

In de Droom van Zwolle was op 24 maart de zesde sessie in de reeks kennisdelen door initiatievenknooppunten. Dit keer stonden we stil bij de vraag: hoe maak je je meerwaarde als knooppunt van initiatieven zichtbaar. Wat doe je eigenlijk en voor wie? En weet je dan ook wat de ander zoekt?

Henk Boshove, een van de initiatiefnemers van Hanzelab nam ons mee in de wereld van “gaten en boren”, van Jos Burgers. Kijk maar eens naar dit filmpje, dan snap je precies wat hij daarmee bedoelt. Mensen die een schilderij willen ophangen in een stenen muur, zijn in essentie niet op zoek naar een boor, maar naar een gat. En dan is er meer te koop dan boren alleen. De vertaalslag naar initiatievenknooppunten is snel gemaakt. Als knooppunt ben je niet het doel, maar het middel: want wat we als samenleving willen is meer geslaagd maatschappelijk initiatief (en niet perse meer knooppunten). Door je te verdiepen in de vraag van de ander, en in wat voor oplossing je biedt en voor wie, kom je makkelijker tot samenwerking(spartners).

Stadslab Nijmegen een initiatief van Lentekracht, bijvoorbeeld is een ondersteuningspunt van en voor mensen uit Nijmegen die het initiatief nemen om hun eigen stad te verbeteren en stelt mensen dus ook letterlijk de vraag: welke verbetering wil je zien en wat wil je doen? Hanzelab in Zwolle werkt ook volgens deze filosofie. Een netwerk van 150 betrokken Zwollenaren heeft zich verbonden aan Hanzelab. Regelmatig worden deze mensen uitgenodigd om mee te denken met een maatschappelijke vraag van een van de opdrachtgevers van Hanzelab, zoals de gemeente of een lokaal bedrijf. Heb je zin, of denk je wat toe te voegen, dan schuif je aan bij een etentje en stel je je creativiteit en netwerk ter beschikking. Als lid van Hanzelab betaal je eenmalig 38 euro en dan kun je meedoen aan elke sessie die je wilt. Hanzelab werkt volgens het principe van buy one – give one. Een opdrachtgever koopt een sessie voor zijn eigen vraag, maar betaalt ook voor een sessie van een Zwols doel of initiatief. Er is goed nagedacht over de meerwaarde voor de verschillende betrokkenen. Opdrachtgevers krijgen een enorme bult denkkracht en dragen bij aan een maatschappelijk doel (via de buy one – give one) en deelnemers van het Hanzelab netwerk vinden het leuk hun tijd beschikbaar te stellen voor een vraag naar keuze en krijgen daarvoor gezelligheid, netwerk en een goed gevoel voor terug.

We praatten door over de Blauwe Kamer een plek in de stadsbibliotheek in Dordrecht zonder vaste invulling. Het biedt mensen de ruimte om te ontdekken, experimenteren, inspireren en ontmoeten. Iedereen met een idee, mag dat daar uitproberen en delen. Een knooppunt dus! De ervaring is, dat het vaak dezelfde mensen zijn die naar de Blauwe Kamer komen. De potentie is veel groter. Bijvoorbeeld bij de Blauwe Kamer leeft de een wens om ook een plek te bieden aan oudere mensen, deze komen nu mondjesmaat. Hoe verleid je hen mee te doen? Henk liet ons zien dat we vaak geneigd zijn voor anderen te denken, maar dat je feitelijk niet weet waar het probleem van de ander zit. Stop met NIVEA , oftewel “invullen voor een ander” is zijn devies. Als je in de huid kruipt van de ander en vraagt wat zijn of haar probleem is, dan kun je vanuit jouw initiatief een oplossing bieden. In het geval van de oudere mensen bijvoorbeeld: wanneer zouden ze wel komen en meedoen? Als er voor hen iets interessants te doen is? En wat zou dat dan zijn? Of is het voor hen te lastig om er te komen? In dat geval kun je vervoer regelen of er aan denken de Blauwe Kamer ook op andere (mobiele) plekken uit te voeren.

Ander voorbeeld is Ruil je Groen, een initiatief in Utrecht dat via het ruilen en delen van zaden, planten en stekjes de stad mooier en gezelliger gemaakt, en bovendien groene initiatieven in Utrecht met elkaar wil verbinden. Als je kijkt naar de waarde van Ruil je Groen, zit dat niet alleen in het groener maken van de stad en meer biodiversiteit, maar bijvoorbeeld ook in het stimuleren van ontmoetingen, heeft het een educatief aspect en draagt het ook bij aan minder verstening, waardoor regenwater makkelijker de grond in kan in plaats van af te stromen. Voor een waterschap of gemeente is dat laatste een belangrijk argument. Ruil je Groen biedt een oplossing voor een probleem waar zij mee worstelen. Echter voor een verzorgingshuis speelt dit wateraspect helemaal niet, zij hebben er weer belang bij dat oudere mensen op een leuke manier aan de slag zijn en anderen kunnen ontmoeten.

De kunst is dus om naar jezelf te kijken door de ogen van de ander. Wanneer ben je voor de ander interessant? Als je een probleem voor hem of haar kan oplossen. Zet voor je zelf op een rij, welke invalshoeken je initiatief of initiatievenknooppunt heeft en voor welk probleem of problemen je de oplossing wilt zijn. Met andere woorden: wees minder boor, en ga op zoek naar het gat!

Ineke van Zanten

 

Initiatievenknooppunten en gemeenten als reisgenoten

“Welk inzicht heb ik zelf nodig om een stap verder te komen?” Een mooi startpunt voor de leerkring waaraan op 23 februari negen gemeenten en bijna net zoveel knooppunten van maatschappelijke initiatieven meededen aan een gezamenlijke ontdekkingstocht naar meer wederzijds begrip voor elkaars perspectief en manieren voor succesvolle samenwerking.

Initiatievenknooppunten zijn experts
Pal naast station Amersfoort in leerwerk restaurant First Class onderzochten we de meerwaarde van samenwerking tussen gemeenten en initiatievenknooppunten. Initiatievenknooppunten zijn plekken waar initiatieven ondersteuning kunnen vinden. Bij deze knooppunten zit veel kennis over lokale initiatieven en over wat mensen bezig houdt. Knooppunten hebben ook goede zicht op initiatieven die buiten het blikveld van de gemeentelijke organisatie blijven. Dat is handig, omdat je met die kennis als gemeente ook zicht kunt krijgen op welke onderwerpen of op welke plekken je wilt interveniëren. Bijvoorbeeld, als in een bepaalde wijk weinig initiatief is op het gebied van eenzaamheidsbestrijding kun je overwegen als gemeente je middelen en capaciteit juist dáár in zetten (en dus ergens anders niet, omdat de samenleving het op die plekken zelf organiseert). Een andere belangrijke functie van knooppunten is dat ze initiatiefnemers hulp bieden bij de ontwikkeling van hun plan. Denk bijvoorbeeld aan het adviseren bij een goed ondernemersplan, marketing of gewoon menskracht. Alleen al het weten dat er plekken zijn waar je advies kan krijgen, lokt meer initiatieven uit. De praktijk van Gouda Bruist, een initiatievenknooppunt met veel ervaring, bewijst dat. Inmiddels zijn sinds de oprichting in 2007, ruim 1400 mensen actief in de Gouda Bruist community en zijn er tientallen initiatieven gerealiseerd.

Initiatievenknooppunten zijn overal!
Een korte oefening, waarin iedereen werd gevraagd om de knooppunten in de eigen gemeente of het werkveld te inventariseren leverde lijstjes op van tientallen organisaties en netwerken. Van Stadslab033 en Bewoners033 in Amersfoort, tot Stadmakkers en Hanzelab in Zwolle, de Drechtstadboeren in Dordrecht, het Makelpunt in Utrecht of de Stadswerkplaats in Culemborg. Ook andersoortige organisaties werden genoemd als initiatievenknooppunt, zoals kerkgenootschappen, actieve sportverenigingen, ondernemerskringen en NME-centra. Als je breder kijkt, zie je ze overal!
De werkwijze van deze knooppunten verschilt steeds, maar het fundament is dat ze allemaal werken aan een meer leefbare stad of dorp door het benutten van lokaal talent en kennis. Voor gemeenten is het handig om contact te maken en knooppunten te zien als expert en counterparts, het zijn als het ware je collega’s in de buitendienst. Jan Hecker van de gemeente Vlaardingen vertelde dat hij al jaren zo werkt met de Federatie Broekpolder, tot grote tevredenheid van beide partijen. Voor de Federatie is Jan een betrouwbare toegang tot de gemeente, en de Federatie biedt Jan een goed zicht op en contact met de initiatieven rond de Broekpolder. Het werkt twee kanten op. Een mooi vertrekpunt om te kijken of zo’n relatie ook opgebouwd kan worden met andere knooppunten.

Hoe je samen kunt werken
Er zijn in ieder geval twee sporen, waarbij goed contact tussen gemeenten en knooppunten waardevol is:
• Voor de autonome stroom initiatieven uit de samenleving;
• Bij een wens tot gezamenlijke gebiedsontwikkeling.

Je wilt in je gemeente een startbaan, een springplank voor autonome initiatieven. Het moet makkelijk zijn om een initiatief te realiseren en mensen moeten daar een beetje hulp bij kunnen krijgen. Dat kan je niet allemaal leveren als gemeente. Het zijn er teveel. Je hebt bovendien niet alle expertise (bijvoorbeeld die over business plannen). Daarover adviseren past niet bij je rol; je bent ook vergunningverlener en die pet kan knellen. En je wordt als gemeente ook niet gezien als een vertrouwensplek waar een initiatiefnemer kwetsbaar kan zijn. Samenwerken met een knooppunt kan dan uitkomst bieden.

Ook voor een gezamenlijke ontwikkeling in stad of dorp kan samen optrekken leiden tot een snellere en beter gedragen planvorming en -uitvoering. Bijvoorbeeld het Singelpark in Leiden, waar de ontwikkeling van het park in de stadsrand in gezamenlijkheid met de Vrienden van het Singelpark tot stand komt. Deze samenwerking is formeel vastgelegd in een convenant, waarin gezamenlijke afspraken en grenzen staan aangegeven. Ook Amersfoort heeft zo’n mooi voorbeeld. Voor de herinrichting van het voormalig ziekenhuisterrein is een kerngroep “Samenwerking Elisabeth Groen” gevormd van bewoners en ambtenaren, op basis van de principes van Het Nieuwe Samenwerken. Deze kerngroep heeft, in opdracht van de gemeente Amersfoort, binnen acht maanden een Inrichting-en-Beheer plan en een bestemmingsplan gemaakt die bijna unaniem door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Inrichting, beheer en 10 jaar onderhoud worden door een bewonerstichting uitgevoerd waarvoor een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente is gesloten.

Samen waarde creëren
In gezamenlijkheid waarde creëren is waar het om gaat, Maar waar slaat de winst dan neer? En wie doet de investeringen? Waarbij het niet alleen om geld gaat trouwens. Veel initiatievenknooppunten werken op vrijwillige basis, of soms in gemengde vormen. Zo is Gouda Bruist een stichting waarin alle activiteiten vrijwillig plaatsvinden en daarnaast staat de Ideeënbrouwerij, een sociaal onderneming die in opdracht en betaald werkt. In Zwolle wordt gewerkt aan een lokaal-maatschappelijk gefinancierde vorm van samenwerking tussen knooppunten en gemeenten. De gedachte in Zwolle is om lokale experts, in te schakelen voor die initiatieven die advies (dat buiten de taak van de gemeente ligt) nodig hebben bij de ontwikkeling van hun plan. Het gaat om een gezamenlijke inspanning: de initiatiefnemer investeert tijd (en eventueel geld, afhankelijk van het type initiatief), de lokale experts hanteren (een lager) maatschappelijk tarief dat vergoed wordt door de gemeente. Ook denkbaar is een systeem met vouchers; bijvoorbeeld door een initiatiefnemer in staat te stellen, zelf een aantal uren advies in te kopen bij een knooppunt naar keuze. Overigens: deze gedachte gaat ook op voor andere partijen, die belang hebben bij goede initiatieven! Sommige fondsen werken bijvoorbeeld al zo.

Ongelijkheid accepteren
En dan? Want hoe bepaal je als gemeente bij welk initiatief je een actieve rol inneemt en bij welke niet. En bij welke initiatieven je wellicht de expertise van een knooppunt inschakelt. Er van uitgaand dat alle maatschappelijke initiatieven een meerwaarde hebben voor de gemeenschap, vragen ze niet allemaal een actieve rol van je. Sterker nog: veel initiatieven hebben de gemeente niet nodig en dat is goed. Houd dat vooral zo! Desondanks is het toch goed te weten van hun bestaan, en daarvoor kun je de initiatievenknooppunten bevragen.

Terug naar de vraag: wanneer besluit je nou tot een actieve rol. Het Instituut voor Publieke Waarden heeft daarvoor een instrument ontwikkeld dat bij deze keuze kan helpen. Het gaat uit van drie aspecten: Betrokkenheid, Legitimiteit en Rendement. Deze kun je elke keer beschouwen als je je afvraagt wat de publieke waarde is van een initiatief en of je als gemeente tijd (en middelen) wilt investeren als daarom wordt gevraagd. Bij voldoende signalen dat het goed zit met de publieke waarde kun je vervolgens besluiten dat een actieve rol van de gemeente gewenst is en welke dan. Uiteraard hangt dat ook samen met de vraag die een initiatiefnemer aan je stelt, en gemeentelijke en bestuurlijke prioriteiten, Als bijvoorbeeld zorg, of duurzaamheid een speerpunt is, ligt het voor de hand om extra aandacht aan dit soort initiatieven te besteden en op zoek te gaan naar knooppunten die juist hier in actief zijn en een groot bereik hebben. Hetzelfde geldt voor wijken die om wat voor reden dan ook aandacht behoeven.

En ja: ongelijkheid bestaat! Dat is een lastig gegeven, maar de realiteit. Het ene initiatief is de andere niet. Net zoals het feit dat in de ene wijk meer mensen actief zijn dan in de andere. Door hier goed zicht op te hebben als gemeente kun je een weloverwogen keuze maken. Accepteren dat het zo is, of actief interveniëren. Een voorbeeld: op veel plekken zijn subsidies voor kinderboerderijen voorbij, Op sommige plekken nemen bewoners het heft in handen, en nemen de exploitatie (met wat hulp) over, op andere plekken gebeurt dat niet. Je staat dan voor de gemeente voor de keuze: laten we dit zo, of gaan we toch zelf een actieve rol nemen.

Experimenteerruimte, Leftijd en Lefgeld
Knooppunten zijn bij uitstek plekken waar geëxperimenteerd wordt en waar dit ook kan! Er kunnen hier zaken worden geprobeerd, die binnen de gemeentelijke organisatie niet kunnen. Vanuit het gelijkheidsbeginsel of de legitimiteit of de politieke kleur. Desondanks is het heel waardevol dat deze experimenten er zijn, en kun je als gemeente goed aangehaakt blijven als in je contact blijft. De roep om Leftijd en Lefgeld voor ambtenaren klinkt. Wat overigens niet betekent dat er binnen de gemeente geen ruimte is om dingen uit te proberen.

Andersom denken
We sluiten af met de gedeelde conclusie dat we reisgenoten zijn. Knooppunten en gemeenten werken aan een zelfde doelstelling (leefbare samenleving, ruimte voor initiatieven) en ieder heeft daarin zijn eigen kracht. Knooppunten zijn wendbaar, kunnen snel en experimenteel werken, zijn laagdrempelig. Gemeenten kunnen initiatieven (letterlijk) ruimte geven en legitimiteit verschaffen. De kunst is om elke keer opnieuw, bij elke samenwerking, de positie te bepalen van waaruit je handelt en elkaars mogelijkheden en grenzen te respecteren. Andersom denken kan daarbij heel behulpzaam zijn.

Rinske van Noortwijk en Ineke van Zanten

Meer multicultureel maatschappelijk initiatief

Meer multicultureel maatschappelijk initiatief Academie voor Knooppunten
Met Mellouki Cadat 19 januari 2016

De bar van Miranda en Ramon – onderdeel van hun woonhuis – is de ideale plek voor vandaag. De bar is beschikbaar als er een plek nodig is voor een goed doel. Wij waren het goede doel: een groep mensen die bijeen kwam omdat we meer ruimte wensen voor multiculturele maatschappelijke initiatieven. Het is onderdeel van de Academie voor Knooppunten, een serie sessies voor mensen die maatschappelijke initiatieven van dienst zijn. De ontmoeting lag in handen van Mellouki Cadat, werkzaam bij Movisie maar ook grondlegger van een hecht multicultureel netwerk in de Indische Buurt in Amsterdam, waar veel maatschappelijk initiatief ontstaat. De kennismaking laat zien op een satellietbeeld van Google Earth waar we vandaan komen: een groot spinnenweb van Brazilië tot Rusland, van Somalië tot Zeist. En nu samen in de bar van Miranda en Ramon.

Indische Buurt
De Indische buurt waar Mellouki Cadat zelf woont telt zo’n 25.000 inwoners. Een grote wijk met een hoog percentage allochtone inwoners (60 %). Er is veel sociale woningbouw. In de afgelopen 15 jaar heeft Mellouki Cadat bijgedragen aan het vormen van krachtige communities. Zij ondersteunen mensen met goede ideeën die iets bijdragen aan de buurt. Mellouki vertelt van Assadaaka (dat vriendschap in het Marokkaans betekent) een groep autochtone en autochtone mensen die allerlei activiteiten organiseren. En van de gezamenlijke herinrichting van het Makassarplein.
Wat de Indische buurt bijzonder maakt is dat een aantal mensen zich met hart en ziel inzet. Zij kunnen elkaar gemakkelijk vinden en ‘dragen’ de netwerken. Zij hebben een eigen perspectief en eigen groep om zich heen. De één werkt bij de gemeente (en zegt: “mijn fiets is mijn kantoor” ), de ander woont er en zet zich vrijwillig in en weer een ander werkt vanuit een netwerk/organisatie met een concreet doel. Maar de overeenkomst is, dat iedereen er passie in stopt, iedereen steunt op zijn/haar eigen netwerk en iedereen weet dat mensen samenbrengen aandacht (en dus tijd in de vorm van contact) kost.

Erken het gelijk van de ander
Met zoveel culturen is het gemakkelijk om elkaar ergens te verliezen. De grondhouding van mensen zoals Mellouki is: ‘erken het gelijk van de ander’. Je kunt keihard gaan voor je eigen gelijk, maar dan raak je de ander kwijt. Benoem het gelijk van de ander en verplaats je in die visie. Dat brengt begrip van daaruit kan de brug naar je eigen opstelling ontstaan.

Het vliegwiel
In de Indische Buurt vallen verschillende vormen van samenwerking (meedenken, meedoen, meebeslissen) samen. Vanuit deze ervaring ontstond het vliegwiel doe-democratie. In het overlappende deel is de samenwerking het sterkst. Zie https://www.movisie.nl/artikel/vliegwiel-doe-democratie

Ervaringen uit de groep
We nemen de ervaringen van de groep onder de loep aan de hand van drie verhalen: een verhaal waarbij het heel goed lukte om een multi-(of inter-)culturele initiatief of activiteit op te zetten. Een ervaring waarbij het fout liep. En een ervaring waarbij het ‘blijft hangen’ maar niet stroomt. De spiegels van de groep leggen universele wetmatigheden bloot. Zoals: niet in protocollen denken, geen “dat ga ik even regelen”-houding, en pas op voor “gratis”, want gratis heeft geen waarde.

Vier tips voor krachtige multiculturele communities:
1) Ontmoet Zoek vooral de change agents op. Luister, stel vragen. Neem de tijd om het gelijk van de ander te horen.
2) Hoe multicultureel is je eigen kring? Bouw aan je eigen multiculturaliteit. Zorg dat je de interculturele samenleving ‘belichaamt’.
3) Permanent werken aan laagdrempeligheid Communities bouw je niet met haast, maar met vele kopjes thee en aandacht. Wees nieuwsgierig naar het verhaal van mensen. Neem daar de tijd voor.
4) Je hebt een plek nodig Zorg voor een fysieke plek waar mensen zich welkom en veilig voelen.
De bar van Miranda en Ramon was zo’n plek.

Bruisen voor gevorderden – Gouda Bruist

Het is koud buiten, en ik loop door het historische centrum van Gouda, op zoek naar de Bar van Ramon en Miranda. Dit is een gezellige ruimte die de eigenaren beschikbaar stellen voor mensen die willen bijdragen aan meer creativiteit en verbondenheid in Gouda. Een perfecte locatie voor de bijeenkomst “Bruisen voor gevorderden” dus. Heleen van Praag van Gouda Bruist neemt ons mee in de praktijk van dit initiatievenknooppunt. Nu het aantal maatschappelijke initiatieven in Nederland stijgt, stijgt ook het aantal plekken waar je terecht kunt voor ondersteuning. Deze knooppunten zijn overal. Ze vormen als het ware een soort informeel ‘weefsel’ in de samenleving dat, op veel verschillende manieren maatschappelijk initiatief versterkt en verknoopt met instituties. Gouda Bruist (toen nog ideeënbrouwerij geheten) is met vijf mensen gestart in 2007, en nu –op 19 januari 2016- zijn er ruim 1400 actieve mensen betrokken die samen Gouda een stukje mooier maken. Tientallen ideeën, activiteiten en initiatieven zijn inmiddels opgepakt. De bijeenkomst van vanmiddag is de vierde in een reeks leersessie van en voor initiatievenknooppunten. Doel van deze bijeenkomsten is ervaringen uitwisselen en van elkaar leren.

Goudkistjes

Voor de deur van de bar valt me direct op dat er een minibieb hangt (een ruil-boekenkast) en een Goudkistje. Heleen zal later uitleggen dat er inmiddels al bijna 40 boekenkastjes hangen verspreid door Gouda en ook honderden Goudkistjes. De Goudkistjes zijn een soort off-line facebook. Mensen hangen dit bij hun voordeur en laten iets zien van hen zelf of wat ze belangrijk vinden. Een van de activiteiten in aanloop naar Gouda Bruist. Eenmaal binnen zie ik een groep van zo’n twintig mensen, allen geïnteresseerd in de werkwijze en de successen van Gouda Bruist. De deelnemers komen van allerlei soorten initiatievenknooppunten, van de Groene Motor uit Zuid-Holland, tot Vitale Verbinden uit Arnhem, het Erfgoedhuis Zuid Holland, Lokale fondsen Nederland en welzijns- en NME organisaties. Dit geeft direct de diversiteit weer aan verschillende soorten knooppunten die er zijn. Er zijn veel vragen, zoals
– Waar te beginnen, hoe vind je mensen die mee willen doen
– Hoe houd je de community levend, hoe houd je het enthousiasme vast
– Hoe zorg je voor continuïteit van het knooppunt
– Wat is de relatie met de gemeente
– Wat is de rol van geld

Laat stad en land bruisen

Heleen vertelt enthousiast over haar passie: “Laat stad en land bruisen”. Vanuit die gedachte is een groep van vijf bewoners in Gouda gestart met de Ideeënbrouwerij. Ze zijn het gewoon gaan doen, zonder vooropgestelde doelen (van aantallen etc), maar vanuit de grondgedachte: Er zijn veel mensen die het leuk vinden vanuit hun eigen passie ideeën te genereren en deze samen om te zetten in acties en initiatieven. Het “gewoon gaan doen” blijkt een van de succesfactoren achter Gouda Bruist. De essentie laat zich vatten in een eenvoudig plaatje. Centraal staat de bruisende stad (of buurt) en het organiseren van het proces. Dit doe je door ideeën te genereren, initiatieven of acties starten of de ontmoeting te organiseren. De ontmoeting is weer onderverdeeld in offline en online ontmoeting. In de PDF kun je lezen hoe dat precies werkt en staat een aantal inspirerende voorbeelden.

Organische ontwikkeling

Gouda Bruist bestaat nu uit een stichting (Gouda Bruist), de Ideeënbrouwerij (een sociaal onderneming) en tijdelijke of langdurige supporters en opdrachtgevers (woningcoöperaties, Stichting Doen, gemeente Gouda, wijkteams). Voor sommige acties is crowdfunding succesvol ingezet. Deze opzet betekent dat vrijwillig en betaald door elkaar heen lopen, op een organische manier. Stichting Doen bijvoorbeeld financiert een aantal van de activiteiten van Gouda Bruist. Bijzonder detail vind ik dat Stichting Doen zelf naar Gouda Bruist is gegaan, omdat zij een bijdrage wilde leveren aan de verdere ontwikkeling. De relatie met de gemeente is iets complexer. De gemeente Gouda had in 2010 een belangrijke stimulerende rol en droeg twee jaar bij aan de financiering. Dit werd weer stopgezet als gevolg van veranderingen in het beleid. Nu is de gemeente weer aan boord als een van de financiers van de nieuwe website die Gouda Bruist volgens een eigen format met andere knooppunten in een coöperatie ontwikkelt: Gebiedonline. Deze nieuwe website is niet alleen een digitale ontmoetingsplek voor mensen, maar fungeert ook als online broed- en marktplaats. De Ideeënbrouwerij wordt regelmatig ingeschakeld om ideeën en initiatieven te ontwikkelen rond een bepaald thema. Recent bijvoorbeeld rond de komst van vluchtelingen.

Van Passie-Partout tot Bruispunt

Heleen vertelt vol vuur over de werkwijze. De creativiteit in werkvormen en de bijzondere taal zijn -naast het gewoon doen- denk ik, ook een reden voor het succes. Een greep uit het woordenboek: Bruispunten (een open podium voor frisse ideeën), bruisplaatsen (fysieke ruimten voor ideeën en samenwerking), ideeënbrouwerijen (een creatieve bijeenkomst volgens de stappen brouwen, gisten, proeven, bottelen en schenken). Of de Passie-Partout en de Caleidoscoop van initiatieven. Kern is dat alles wat gebeurt aansluit bij wat mensen belangrijk vinden, waar hun passie ligt, uitnodigend is. Gouda bruist vanuit het hart. Er is een behoefte van mensen om daaraan mee te doen. En dat is waar community building begint.
Op de vraag of anderen die manier en taal ook “mogen” gebruiken antwoord Heleen bevestigend. Het gebeurt ook al. Gouda Bruist kent belangstelling vanuit andere plekken, en ook de terminologie wordt gebruikt. In het voorjaar 2016 komt een boekje uit waarin de hele BRUISmethode wordt uitgelegd en beschreven. Uiteraard heeft elke gemeente zijn eigen context en eigen manieren om het aan te pakken. Het begint bij een paar mensen (en dus niet instituties), die vanuit hún passie dit proces willen aanjagen. Een gemeente of organisatie kan dit niet zelf, maar wel stimuleren dat het gebeurt.
Wil je meer weten over Gouda Bruist? Kijk dan op goudabruist.nl , ideeenbrouwerij.nl , naar de presentatie of een eerder rapport over Bruisende stad of Buurt. Contact opnemen met heleen@ideeenbrouwerij.nl kan natuurlijk ook.

Ineke van Zanten
19 januari 2016

initiatievenknooppunten financieringsmodel

Starters4communities: Een financieringsmodel dat klopt!

Leren van elkaar

Overal in het land zijn plekken waar duurzame en maatschappelijke initiatieven kunnen ontstaan en groeien. Van Hubs en netwerken als Plug de Dag en Hanzelab, tot organisaties als KNHM en bewonersnetwerken. We noemen deze plekken “initiatiefknooppunten”. Door hun inzet komen meer initiatieven tot stand. Onze stelling is, dat als de knooppunten kunnen groeien en hun werk beter kunnen doen, er meer en beter maatschappelijk initiatief van de grond komt. Tegelijkertijd is er ook veel behoefte om van elkaars ervaringen te leren en met elkaar deze verbindende, intermediaire laag te professionaliseren. Daarom zij we gestart met een  “Academie” van en voor knooppunten. Op 16 november trapten we af met een sessie over financieringsmodellen. Dit is een interessant onderwerp voor andere knooppunten. Vinden van financiële continuïteit en een geschikt financieringsmodel is een van de vragen van deze tijd.

Starters4communities

Raoul Becher vertelde over het succes van Starters4Communities. In een notendop is de essentie: een groep van 20 jongeren volgt gedurende vijf maanden een trainingsprogramma in sociaal ondernemerschap. Ze brengen het geleerde direct in de praktijk bij het ondersteunen van zes bewonersinitiatieven. Prachtig concept! Zo worden starters op de arbeidsmarkt gekoppeld aan bewonersinitiatieven met ambitie. Het mes snijdt aan meerdere kanten.
Inmiddels doen ruim 250 starters mee aan 16 programma’s en zijn 88 wijkinitiatieven een stap verder gebracht. Ruim de helft van de deelnemers vond werk dankzij deelname. En van de wijkinitiatieven geeft 96% aan baat te hebben gehad bij de ondersteuning. Dit zijn indrukwekkende getallen. Hier lees je er meer over hoe ze dat doen.

Financieringsmodel

Behalve het dubbele doel vind ik ook het financieringsmodel achter de programma’s bijzonder. Het klopt! Deelnemers aan het programma betalen ieder een eigen (bescheiden) bijdrage en crowdfunden als groep ongeveer de helft van de kosten. Dat is integraal onderdeel van het leerprogramma. Het andere deel van de kosten wordt betaald door direct belanghebbenden bij florerende wijkinitiatieven. Dat kan de gemeente zijn, of een welzijnsorganisatie.

Starters4communities groeit. Een van de succesfactoren is volgens mij dat ze de waarde die zij hebben direct vertalen naar de belanghebbenden. En dat ze er geen geld van buiten “het systeem” voor nodig hebben. Een leerpunt voor alle knooppunten die bezig zijn met (financiële) continuïteit.
Ineke van Zanten
25 november 2015